Beheersreglement van de haven

/, Vereniging/Beheersreglement van de haven

Beheersreglement van de haven

BEHEERSGEGLEMENT VAN DE HAVEN

ALGEMEEN

Artikel 1

  1. De verantwoordelijkheid voor de jachthaven van de vereniging berust bij het bestuur, waaronder begrepen de toewijzing van ligplaatsen en jaarlijkse indeling van
    ligplaatsen en tijdelijke ligplaatsen.
  2. Het bestuur kan namens haar het beheer over de jachthaven laten voeren, conform artikel 14 lid3 der statuten. Voor de dagelijkse gang van zaken in de haven, waaronder begrepen het toewijzen van ligplaatsen aan passanten en het innen van havengelden kan het bestuur een havenmeester aanstellen. Het bestuur kan één of meer personen met de functie van havenmeester belasten.
  3. De havenmeester treedt op namens het bestuur en is bevoegd zodanige maatregelen uit te vaardigen, als naar zijn oordeel in spoedeisende situaties nodig, nuttig of noodzakelijk is.
  4. Binnen 10 dagen na het nemen van zodanige maatregelen dient het bestuur een oordeel te vellen omtrent de wenselijkheid van de genomen beslissing.
  5. Het bestuur zal na haar positief oordeel de maatregel van tijdelijke aard verklaren en haar schriftelijk ter kennis aan de leden brengen.
    toelichting: schriftelijk kan zijn via een brief of het verenigingsblad.
  6. Vanaf publicatie wordt de maatregel als tijdelijk ingegaan beschouwd en is derhalve bindend.
  7. In de eerstvolgende algemene vergadering wordt de, vooralsnog tijdelijke maatregel, geagendeerd als wijziging van het betreffende reglement en wordt pas na bekrachtiging door de
    algemene vergadering definitief.

Artikel 2
De eigenaar of gebruiker, die met zijn vaartuig de haven als gast, bezoekt, dient zich onmiddellijk bij aankomst en voor vertrek bij de bij de havenmeester te melden. De havenmeester
kan een gast verplichten zich vóór vertrek af te melden. Door het afmeren van zijn vaartuig in de jachthaven, onderwerpt hij zich aan de bepalingen van het havenreglement. toelichting: omdat het havenkantoor niet permanent is bemand, is melding onmiddellijk na aankomst meestal niet mogelijk. Aan- en afmelden lijkt gezien de gangbare praktijk als automatische
verplichting overdone.

Artikel 3
De leden c.q. aspirant-leden worden verzocht gedurende hun verblijf aan boord van hun vaartuig de clubstandaard te voeren.

Artikel 4
Indien een lid c.q. aspirant-lid meent reden tot klagen te hebben over de gang van zaken, betreffende de jachthaven, kan deze zich schriftelijk tot het bestuur wenden. Zo spoedig mogelijk,
in ieder geval voor de eerst komende algemene vergadering, volgt nader onderzoek en eventuele maatregelen.

Artikel 5
Behoort een jacht aan meer dan één eigenaar toe, dan wijzen de gezamenlijke eigenaren één van hen als verantwoordelijk tegenover de vereniging aan.

TOEWIJZING VAN LIGPLAATSEN (ALGEMEEN)

Artikel 6
Toewijzing van een ligplaats voor onbepaalde tijd is slechts mogelijk aan leden en aspirant-leden.

TOEWIJZING VAN VRIJKOMENDE LIGPLAATSEN

Artikel 7
Bij het toewijzen wordt het volgende in acht genomen:

  1. In eerste instantie zullen vrijkomende of nieuwe ligplaatsen toegewezen worden aan inwoners van de gemeente Oostflakkee.
    NB. aspirant-lidmaatschap is hiervoor dus niet vereist Na de inwoners van de gemeente Oostflakkee zal aan leden of aspirant leden, die eigenaar zijn
    van een recreatiewoning in de gemeente Oostflakkee een ligplaats toegewezen worden. Vervolgens komen leden c.q. aspirant-leden, wonende in de regio Goeree-Overflakkee, voor een
    ligplaats in aanmerking. Tenslotte kan aan een ieder, die lid of aspirant-lid is, een ligplaats worden toegewezen.
  2. Bij elke in art. 7 lid 1 genoemde ligplaatstoewijzing worden de datum van de aanvraag en geschiktheid van een vrijkomende ligplaats in overweging genomen.

Artikel 8

  1. Leden c.q. aspirant-leden die van een ligplaats voor jachten, gebruik wensen te maken, doen daartoe jaarlijks aan het bestuur een schriftelijke verzoek.
  2. Jaarlijks, voor 15 januari, ontvangt een lid c.q. aspirant-lid namens de vereniging een formulier, waarop hij o.a. kenbaar kan maken of hij in het volgend verenigingsjaar een ligplaats
    wenst.
  3. Hij dient bovengenoemd formulier binnen de daarop vermelde termijn te retourneren aan het opgemelde adres. Bij niet of te late inzending wordt het lid c.q. aspirant-lid geacht geen ligplaats te wensen.
  4. Uitgangspunt bij de jaarlijkse indeling is de vorige ligplaats. Daarnaast wordt voor zover mogelijk rekening gehouden met specifieke wensen van het lid c.q
    aspirantlid.

VOORWAARDEN BIJ TOEWIJZING

Artikel 9

  1. Toewijzing van een ligplaats, kan slechts dan plaatshebben nadat, middels overleggen van het verzekeringsbewijs, aangetoond is dat het jacht tenminste W.A. verzekerd is.
  2. De gebruiker van een jacht waaraan een ligplaats is toegewezen en die daarvangedurende korte of langere periode geen gebruik maakt, is verplicht hiervankennis te geven
    aan de havenmeester, met opgave van data van vertrek en terugkomst.
  3. Bij vertrek uit de haven,over een bovengenoemde periode, hoe lang ook, wordt nimmer restitutie van liggeld gegeven.
  4. Bij verzuim van de verplichting, zoals vermeld in art. 1 2 lid 2 en de beheerder heeft de ligplaats tijdelijk benut, dient het lid c.q. aspirant-lid genoegen te nemen met iedere voorlopige
    ligplaats, door de beheerder aan te wijzen.
  5. In geval van ontzetting uit het lidmaatschap of opzegging namens de vereniging van het lidmaatschap vervalt de ligplaats aan de vereniging 14 dagen na het onherroepelijk worden
    daarvan.
  6. Bij tussentijdse opzegging van een toegewezen ligplaats kan geen restitutie van liggeld worden verleend.
  7. De toegewezen ligplaats wordt geacht gebonden te zijn aan lengte, breedte en diepgang van het schip. Bij verandering één dezer maten vervalt de toegewezen plaats aan de vereniging.
  8. Het bestuur kan ontheffing verlenen op de toepassing van artikel 9 lid 7.

ONTHEFFING

Artikel 10
Voor zover de ruimte dit toelaat kan het bestuur ligplaatsen verlenen aan leden, niet zijn de ligplaatshouder, en aan niet leden. Voor zover de ruimte dit toelaat kan het bestuur aan niet-leden
een tijdelijke ligplaats toewijzen.

TARIEVEN

Artikel 11

  1. De tarieven voor liggelden in de haven worden jaarlijks vastgesteld in de eerste te houden algemene vergadering. Deze vergadering wordt binnen drie maanden na de ingang vaneen nieuw
    verenigingsjaar gehouden. Worden in zulk een vergadering geen voorstellen, betreffende de liggelden gedaan, dan wordt geacht, dat voor het komende verenigingsjaar de laatst vastgestelde tarieven van kracht blijven. toelichting: hiermee wordt aangesloten bij de huidige praktijk.
  2. Tarieven kunnen vastgesteld worden voor o.a :
    1. liggelden voor toegewezen ligplaatsen
    2. liggelden voor tijdelijke ligplaatsen
    3. liggelden voor bijbootjes op de wal
    4. gebruik van de haven door derden
    5. gebruik van water
    6. gebruik van elektriciteit
    7. afkoopsom zelfwerkzaamheid.

Toelichting: In de ALV van 2000 is besloten tot een bijbootjesregeling en het heffen van liggeld voor bootjes op de wal. Bij gebruik van de haven door derden wordt gedacht aan bijvoorbeeld de
jachtwerf van Vlieger en ander niet-recreatief gebruik van de haven.

BIJ-BOOTJES REGELING

Artikel 12

  1. Bijbootjes, eigendom van een lid, behorend bij een schip met een vaste ligplaats, dienen binnende toegewezen box c.q. ligplaats(maten) te blijven.
  2. Indien de bijbootjes niet voldoen aan de voorwaarden zoals in lid 1 beschreven, dienen ze op door de havenmeester daartoe aangewezen plek te worden gelegd. Voor bijbootjes op de wal kan liggeld worden gevorderd.

REGELING ZELFWERKZAAMHEID

Artikel 13

  1. Het karakter van de vereniging maakt het noodzakelijk dat in het belang van de vereniging werkzaamheden moeten worden verricht. Dit werk wordt in principe uitgevoerd door leden c.q.
    aspirant-leden. Een ieder kan maximaal 20 uren tot werken worden opgeroepen. In geval van lichamelijke onmacht kan, eventueel onder overlegging van een medisch attest, ontheffing van werkzaamheden worden verleend. In geval van ver hindering pleegt men zo spoedig mogelijk overleg met de beheerder. Uitgezonderd van de mogelijkheid tot oproeping zijn bestuursleden, zij die namens het bestuur taken verrichten en zij die geen ligplaats hebben.
  2. Indien bij een lid bezwaren zijn tegen deze werkregeling, is het mogelijk deze 20 uren te vereffenen aan door middel van een afkoopsom. De grootte van de afkoopsom wordt het begin van
    elk nieuw kalenderjaar door de algemene vergadering vastgesteld.
  3. In een voor de leden toegankelijk register worden de gewerkte uren en/of bijdragen geregistreerd.

Artikel 14

In gevallen, waar dit reglement niet voorziet, is het bestuur bevoegd tot het uitvaardigen van een tijdelijke maatregel. In een dergelijk geval geeft het bestuur bekendheid aan de tijdelijke
maatregel via het publicatiebord. Vervolgens handelt het bestuur conform artikel 1 lid 6 en 7.

2018-02-23T04:10:53+00:00